Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 19

Geldigheid registratie

Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en wijziging van de woonvoorraad

1. Het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentieverklaring verliest zijn geldigheid, indien:a. een aanbieding van woonruimte is geaccepteerd;b. zes maanden zijn verstreken na afgifte van het bewijs van registratie;c. blijkt dat de woningzoekende niet (meer) voldoet aan de toelatingscriteria als bedoeld in paragraaf 2.2;d. blijkt dat de woningzoekende niet (meer) voldoet aan de criteria voor een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 16;e. de woningzoekende een aangeboden woning waar hij/zij zelf op heeft gereageerd heeft geweigerd. 2. Het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentieverklaring kan worden verlengd, mits er voldoende is gereageerd op het woningaanbod en er na reactie een zoveel mogelijk passende woning niet is geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel