Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 30

Aanvragen van een onttrekkingsvergunning

Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en wijziging van de woonvoorraad

1. De aanvraag van een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende informatie en bewijsstukken:a. naam en adres van de eigenaar;b. gegevens over de huidige situatie:- huur- of koopprijs;- aantal kamers;- woonoppervlak;- staat van onderhoud;c. gegevens over de beoogde situatie:- bestemming;- bouwtekening/bouwvergunning;- compensatievoorstel;d. gegevens bij voorgenomen samenvoeging:- verwachte huur- of koopprijs;- naam van toekomstige bewoner;- omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners;- schriftelijke verklaring van toestemming van de huurder. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekken ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel. 3. Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de praktijkuitoefening door officieel erkende medici of paramedici winnen burgemeester en wethouders steeds het advies in van de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen. 4. Op of bij de onttrekkingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie:a. de mededeling dat binnen een jaar van de onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt kan worden;b. de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;c. de opgelegde compensatie. 5. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor tijdelijke onttrekking indien de onttrekking voorziet in een tijdelijke behoefte.

Rechtspraak bij dit artikel