Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken, indien:a. niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 33
Intrekking
Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en wijziging van de woonvoorraad