**1.** Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning, indien:a. het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw, voor zover dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of enig wettelijk voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen;b. de huurprijs van één of meer van die woonruimten of voormalige woonruimten lager is dan de aftoppingsgrens bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Huursubsidiewet;c. de aanvrager niet kan waarborgen dat de woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen worden voor verhuur ter bewoning end. het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor de verhuur is bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en de te verwachte vraag naar de in het betreffende gebouw of een gedeelte van het gebouw opgenomen woonruimten betrokken.
**2.** Burgemeester en wethouders weigeren voorts een splitsingsvergunning, indien:a. de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet enb. de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven.
**3.** Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake indien:a. burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 14 tot en met 28 van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;b. het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 tot en met 39 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 38
Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning
Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en wijziging van de woonvoorraad