Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 7

Intrekking/Vervallen huisvestingsvergunning

Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en wijziging van de woonvoorraad

1. Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:a. de vergunninghouder de vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. 2. De huisvestingsvergunning vervalt indien de woonruimte aan een andere woningzoekende is verhuurd/verkocht.

Rechtspraak bij dit artikel