Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden waarvan één raadslid als voorzitter optreedt. Bij tussentijdse benoeming van één of meer wethouders zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten.
De kandidaat-wethouder overhandigt tijdig de documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar.
De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder(s) voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Eemsdelta 2026