De raad kan op voordracht van de fractie commissieleden niet zijnde raadsleden benoemen die niet tevens lid zijn van de raad.
Een fractie kent maximaal twee commissieleden niet zijnde raadsleden die:
voldoen aan het bepaalde in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet;
bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van een politieke partij stonden. Dit geldt alleen gedurende de eerste twee jaar na de start van de raadsperiode.
Een fractie die is ontstaan omdat één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden, kent maximaal één commissielid zoals bedoeld in het voorgaande lid.
Artikel 2.1 (Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden) lid 1, 2, 4 en 5 van dit Reglement is van overeenkomstige toepassing op de benoeming van commissieleden niet zijnde raadsleden. Hierbij geldt dat bij de tekst voor de eed (verklaring en belofte) zoals opgenomen in artikel 14 van de wet onder ‘lid van de raad’, ‘lid van de commissie’ moet worden gelezen.
Het lidmaatschap van commissieleden eindigt:
bij het eindigen van de zittingsperiode van de raad;
met ingang van de dag waarop door het presidium een brief van de fractie is ontvangen, waaruit blijkt dat de voordracht van de fractie is ingetrokken;
met ingang van de dag waarop door het presidium een brief van het commissielid is ontvangen, waaruit blijkt dat het commissielid zich heeft teruggetrokken;
als het commissielid niet meer benoembaar is tot lid van de raad;
met ingang van de dag waarop de fractie ten behoeve waarvan hij benoemd is niet meer in de raad vertegenwoordigd is.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
Benoeming commissielid niet zijnde raadslid
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Eemsdelta 2026