Naar hoofdinhoud
Na de opening van de vergadering, kunnen andere aanwezige inwoners gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten het woord voeren. Er kan alleen het woord gevoerd worden over inhoudelijke raadsvoorstellen die geagendeerd zijn, met uitzondering van het raadsvoorstel over de lijst ingekomen stukken en waarover door desbetreffende persoon of organisatie reeds is ingesproken tijdens een oordeelsvormende behandeling. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur, waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend indien de griffier in overleg met de voorzitter van oordeel is dat misbruik wordt gemaakt van het spreekrecht. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, (mail)adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. Na toestemming van de inspreker worden zijn naam en het onderwerp waarover hij wil inspreken op het raadsinformatiesysteem vermeld. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. Elke inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend, gedurende maximaal vijf minuten. De voorzitter geeft de deelnemers aan de vergadering de gelegenheid verduidelijkende vragen te stellen. De voorzitter of een raadslid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. Het presidium kan een inspreker die zich bij herhaling schuldig maakt aan intimidatie, belediging of ander wangedrag gedurende maximaal een jaar het spreekrecht ontnemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel