Bij de beoordeling of giften in een individueel geval verantwoord zijn voor de bijstandsverlening, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Participatiewet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
**1..** giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand of een vergoeding op de grond van de WMO verstrekt had kunnen worden;
**2..** giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;
**3..** giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;
**4..** giften van werkgevers ten behoeve van werknemers worden niet in aanmerking genomen als middelen voor de bijstand voor zover en in zoverre deze onbelast zijn;
**5..** giften van charitatieve instellingen;
**6..** giften in de vorm van een voertuig tot een waarde van € 5.000,00.
Artikel 3.
Vrijlaten van giften in individuele gevallen
Onderdeel van Beleidsregels inkomen, giften en vermogen Land van Cuijk 2026