Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6

Omgevingsplan

Onderdeel van Delegatiebesluit Geldrop-Mierlo 2026

Aan het college wordt, gelet op het bepaalde in de artikelen 2.8 en 4.14 en afdeling 13.6 van de Omgevingswet, gedelegeerd de bevoegdheid van de raad tot het vaststellen of wijzigen van (delen van) het Omgevingsplan in geval het betreft: het verwerken van onherroepelijk verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; het verwerken van beleidsregels van raad en college in het Omgevingsplan; het verwerken van gewijzigde hogere wet- of regelgeving, instructieregels, projectbesluiten en gerechtelijke uitspraken van andere overheden en instanties, voor zover hierbij geen sprake is van lokale afwegingsruimte; het verwerken van wijzigingen van planologisch-juridische en technische aard in het Omgevingsplan, zoals het corrigeren van omissies, verschrijvingen en (feitelijke) onjuistheden, niet zijnde wijzigingen in beleid; het verwerken van wijzigingen in het Omgevingsplan inhoudende een ten tijde van de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet in ontwerp ter visie gelegde of bestaande wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a. en b. van de Wet ruimtelijke ordening en er wordt voldaan aan de voorwaarden die dit plan aan de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht stelt; het wijzigen van een in een omgevingsplan aangegeven bebouwingscontour; het nemen van voorbereidingsbesluiten; het opstellen van exploitatieregels ten behoeve van het regelen van het kostenverhaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel