Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10:

Artikel 31

Bijdrage deelnemers

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

1.. De door elke deelnemer voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage wordt in de begroting aangegeven. 2.. De berekeningswijze van de bijdrage van de deelnemers wordt door het algemeen bestuur vastgesteld met een versterkte meerderheid van tenminste tweederde van het maximaal aantal in dit bestuur uit te brengen stemmen. 3.. De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari, vóór 16 april, vóór 16 juli en vóór 16 oktober telkens een kwart van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. 4.. Over de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage wordt het algemeen bestuur tussentijds gerapporteerd via bestuursrapportage(s). Het algemeen bestuur wordt het besluit voorgelegd of de inzichtelijk gemaakte verschillen wel of niet worden verrekend met de deelnemers, verrekening wordt apart gefactureerd (credit of debet factuur) en leidt niet tot een aanpassing van de voorschotten zoals genoemd in lid 3. 5.. De deelnemers dragen er zorg voor dat de BWB te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 6.. De deelnemers staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door de BWB af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant op te nemen gelden, naar verhouding van de in lid 1 bedoelde bijdrage op 1 januari van het jaar waarin de rente en aflossing is verschuldigd

Rechtspraak bij dit artikel