Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Afstand doen of inbeslagname

Onderdeel van Beleidsregel hinderlijke en gevaarlijke honden Gemeente De Bilt 2026

1.. Als de eigenaar of houder van een hond, welke op grond van artikel 3 van deze beleidsregels door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het aanlijn- en/of muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de houder of eigenaar, naast de opgelegde last onder dwangsom, gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond. 2.. De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:21 Awb: als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de eigenaar of houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond, of; bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een ernstig bijtincident. 3.. In spoedeisende gevallen kan de burgemeester besluiten tot onmiddellijke inbeslagname zonder voorafgaande last, op grond van Artikel 5:31 Algemene wet bestuursrecht. 4.. Bij het in het tweede lid, onder a en b, omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan de burgemeester opdracht geven de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een gedragskliniek van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. 5.. Wanneer uit de gedragstest, als bedoeld in het tweede lid onder b, blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten afdoende kan worden weggenomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te laten euthanaseren. Euthanaseren wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts. 6.. Alle kosten die voortvloeien uit de inbeslagname van een hond, waaronder vervoer, opvang of verblijf, (medische) verzorging, gedragstesten, overige noodzakelijke kosten en eventuele euthanasie, komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op de eigenaar of houder verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel