Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 12

Handhaving van de orde

Onderdeel van Reglement van orde voor de commissie gemeente Dijk & Waard 2026

1.. Aanwijzingen die door de voorzitter worden gegeven, dienen te worden opgevolgd. 2.. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 3.. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring door toehoorders of pers of het op een andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 4.. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, hen uit de vergadering te laten vertrekken. 5.. De voorzitter bepaalt of het tijdens de vergadering is toegestaan dat deelnemers van de vergadering bepaalde uitingsvormen kunnen doen. 6.. De voorzitter roept sprekers tot de orde als zij zich, naar het oordeel van de voorzitter, in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door de voorzitter het woord ontnomen worden over het onderwerp van bespreking. 7.. De voorzitter van een commissie kan, gehoord hebbende de vergadering, besluiten een raadslid of commissielid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Het raadslid of commissielid verlaat hierop onmiddellijk de vergadering. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het raadslid of commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 8.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Toelichting artikel 12 Lid 1 Zoals onder artikel 5, derde lid sub a, van dit reglement van orde is bepaald, organiseert de agendacommissie de raadscommissie en raadsvergaderingen. Vanuit die verantwoordelijkheid wordt aangewezen waar deelnemers en bezoekers dienen plaats te nemen. E.e.a. wordt duidelijk vanuit de fysieke opstelling in de zaal of wordt via naambordjes kenbaar gemaakt. Lid 4 Artikel 26 Gemeentewet kent bevoegdheden toe aan de voorzitter van de raad en gaat uit van een raadsvergadering. Echter, ook bij de vergaderingen van de commissie kan van een ordeverstoring sprake zijn. Via dit vierde lid wordt hierin voorzien. Het stelt dat de voorzitter de bevoegdheid heeft om toehoorders te doen vertrekken indien de orde wordt verstoord. Het aan toehoorders voor langere duur de toegang ontzeggen tot de vergadering (artikel 26, tweede lid, Gemeentewet) blijft, gezien de zwaarte van het middel, voorbehouden aan de voorzitter van de raad. Daarbij wordt nog opgemerkt dat onder toehoorders niet worden verstaan ambtenaren en pers. Lid 6 In artikel 22 Gemeentewet is de onschendbaarheid en verschoonbaarheid geregeld van hetgeen in de vergadering is gezegd of overlegd. De raad gaat zelf over wat zij toelaatbaar vindt. In dit zesde lid is hiervoor een bepaling opgenomen. Lid 7 en 8 Artikel 26, derde lid, Gemeentewet ziet toe op gedragingen van raadsleden die dusdanig de orde raken dat de toegang tot de vergadering voor kortere of langere duur moet worden ontzegd. Via dit zevende en achtste lid wordt de strekking van artikel 26, derde lid, Gemeentewet ook van toepassing verklaard op de voorbereidende commissies. Er zijn ook lichte ordemaatregelen, zoals sprekers het woord ontnemen. Hierin voorziet het zesde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel