Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3

Artikel 28.

Initiatiefvoorstel

Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad Dijk en Waard 2026

1.. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de raadsvoorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad. 2.. Het college geeft binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad. 3.. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4.. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp gecombineerd kan worden óf het voorstel eerst dient te worden behandeld binnen een commissie. Toelichting Artikel 28. Het recht tot initiatief staat in 147a Gemeentewet. Het initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. Lid 4 geeft het college de mogelijkheid om de raad te voorzien van een inhoudelijke toets. Het gaat dan om wensen en bedenkingen bij het ingediende initiatiefvoorstel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel