De beheergrens geeft aan welke onderdelen tot het object behoren en welke niet. Uitgangspunt is dat ‘alles wat zich binnen de dilatatievoegen van brug of landhoofden bevindt’, onderdeel van het kunstwerk is. Dus ook de verharding op de brug. Uitzondering hierop is de oeverbeschoeiing onder de brug als deze geen onderdeel uitmaakt van het landhoofd.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.2
Beheergrenzen
Onderdeel van Beleidsplan Civiele Kunstwerken 2026