**1.** De bezoldiging, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, wordt bepaald
met inachtneming van de aard van de betrekking en de wijze waarop de
ambtenaar deze vervult. Mede kunnen in aanmerking worden genomen
bekwaamheid en geschiktheid van de ambtenaar, voor zover in het
belang van de dienst gebleken ter zake van werkzaamheden niet tot
zijn eigenlijke betrekking behorende. Voorts kunnen in aanmerking
worden genomen leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar alsook
andere omstandigheden, voor zover deze naar het oordeel van het tot
aanstelling bevoegde bestuursorgaan, gelet op het dienstbelang en
gelet op verhoudingen binnen de dienst, van betekenis zijn.
**2.** Voor zover daarin niet reeds is voorzien door de in artikel 3:1,
eerste lid, bedoelde regeling kan het college nadere regelen stellen
met betrekking tot het in het eerste lid bepaalde.
**3.** Voor zover in de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde regeling niet
anders is bepaald, geschiedt de uitbetaling van de bezoldiging per
maand. Omtrent de wijze waarop de uitbetaling geschiedt, kan het
college nadere regels stellen.
**4.** Over de tijd gedurende welke de ambtenaar in strijd met zijn
verplichtingen opzettelijk nalaat zijn betrekking te vervullen,
wordt hem zijn bezoldiging niet uitgekeerd.