Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging als bedoeld in artikel 7:3
bestaat:
indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel
7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar
opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn
betrekking heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op
grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden
gemaakt;
indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een
half jaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde
geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij
onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft
verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de
verklaring dat tegen de vervulling van zijn betrekking uit
medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is
afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te
goeder trouw heeft gehandeld.