**1.** Indien bij een onderzoek, bedoeld in artikel 7:2:4 of in artikel
7:2:5 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand
van de ambtenaar, dat naar het oordeel van de arbo-dienst de
belangen van de ambtenaar, die van de dienst of van bij de
dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn
betrekking verzetten, wordt de ambtenaar door het college buiten
dienst gesteld.
**2.** Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt niet
plaats indien, naar het oordeel van de arbo-dienst, de lichamelijke
of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij
tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor
zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 7:18:1 van
overeenkomstige toepassing.
**3.** Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de
toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld
met een verhindering wegens ziekte.