Het college hanteert de volgende uitgangspunten bij het bepalen van de noodzaak tot het inzetten van een voorziening:
Het college biedt belanghebbende een voorziening aan, wanneer belanghebbende afhankelijk is van deze voorziening in het kader van zijn of haar arbeidsinschakeling en/of een blijvende verbetering van zijn/haar arbeidsmarktpositie voor duurzame uitstroom. Hierbij gaat het college uit van het goedkoopste adequate alternatief.
Wanneer arbeidsinschakeling (nog) niet haalbaar is, kan een voorziening worden ingezet voor het verbeteren van de positie op de participatieladder.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.1:
Artikel 2:1:
Uitgangspunten
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, tweede versie 2026 gemeente Gilze en Rijen