Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:

Artikel 3:12:

Vermogen

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, tweede versie 2026 gemeente Gilze en Rijen

1.. Het college stelt bij aanvang van de bijstandsverlening het vermogen vast, conform het bepaalde in artikel 34, eerste en tweede lid, PW. 2.. De gemeente beoordeelt het recht op bijstand op basis van het daadwerkelijke vermogen van de aanvrager. Hierbij houdt de gemeente alleen rekening met direct opeisbare schulden. 3.. Alleen het vermogen boven de vermogensgrens zoals opgenomen in artikel 34 lid 3 Pw wordt in aanmerking genomen. 4.. Als tijdens de bijstandsverlening twijfel of onduidelijkheid over het vermogen ontstaat of bij aanwijzingen dat het vermogen boven de vrijlatingsgrens uitkomt wordt nader onderzoek ingesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel