**1..** Het college stelt bij aanvang van de bijstandsverlening het vermogen vast, conform het bepaalde in artikel 34, eerste en tweede lid, PW.
**2..** De gemeente beoordeelt het recht op bijstand op basis van het daadwerkelijke vermogen van de aanvrager. Hierbij houdt de gemeente alleen rekening met direct opeisbare schulden.
**3..** Alleen het vermogen boven de vermogensgrens zoals opgenomen in artikel 34 lid 3 Pw wordt in aanmerking genomen.
**4..** Als tijdens de bijstandsverlening twijfel of onduidelijkheid over het vermogen ontstaat of bij aanwijzingen dat het vermogen boven de vrijlatingsgrens uitkomt wordt nader onderzoek ingesteld.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:
Artikel 3:12:
Vermogen
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, tweede versie 2026 gemeente Gilze en Rijen