Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.2.1:

Artikel 4:5:

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op grond van de PW

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, tweede versie 2026 gemeente Gilze en Rijen

1.. Van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties: het versneld interen van vermogen of het doen van een schenking, waardoor belanghebbende eerder een beroep moet doen op een uitkering op grond van de PW; het door eigen toedoen geen beroep kunnen doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening; voor aanvang van de uitkering algemeen geaccepteerde arbeid verwijtbaar niet behouden, waardoor hij in bijstandsbehoeftige omstandigheden is geraakt. 2.. Wanneer sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid overweegt het college eerst een verlaging van de uitkering op grond van artikel 23, derde, vierde of vijfde lid van de Verzamelverordening. 3.. Wanneer de toepassing van het tweede lid van dit artikel leidt tot onbillijkheden, geeft het college toepassing aan artikel 23, zevende lid van de Verzamelverordening. 4.. Van onbillijkheden, zoals bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake wanneer toepassing geven aan het tweede lid leidt tot: onaanvaardbare financiële of sociale consequenties zoals een uithuiszetting of afsluiting van energie of water; levensbedreigend, dan wel blijvend letsel of invaliditeit, welke alleen is af te wenden door het verstrekken van bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel