**1..** Van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
het versneld interen van vermogen of het doen van een schenking, waardoor belanghebbende eerder een beroep moet doen op een uitkering op grond van de PW;
het door eigen toedoen geen beroep kunnen doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening;
voor aanvang van de uitkering algemeen geaccepteerde arbeid verwijtbaar niet behouden, waardoor hij in bijstandsbehoeftige omstandigheden is geraakt.
**2..** Wanneer sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid overweegt het college eerst een verlaging van de uitkering op grond van artikel 23, derde, vierde of vijfde lid van de Verzamelverordening.
**3..** Wanneer de toepassing van het tweede lid van dit artikel leidt tot onbillijkheden, geeft het college toepassing aan artikel 23, zevende lid van de Verzamelverordening.
**4..** Van onbillijkheden, zoals bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake wanneer toepassing geven aan het tweede lid leidt tot:
onaanvaardbare financiële of sociale consequenties zoals een uithuiszetting of afsluiting van energie of water;
levensbedreigend, dan wel blijvend letsel of invaliditeit, welke alleen is af te wenden door het verstrekken van bijstand.
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.2.1:
Artikel 4:5:
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op grond van de PW
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, tweede versie 2026 gemeente Gilze en Rijen