Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.2:

Artikel 6:7:

Schuldregeling

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, tweede versie 2026 gemeente Baarle-Nassau

1.. Op verzoek van de belanghebbende kan, als de vordering geen gevolg is van een schending van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 60c Participatiewet, art 29a Ioaw en Ioaz, waarvoor een boete is opgelegd, van verdere terugvordering worden afgezien als: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en het besluit noodzakelijk is om een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen tot stand te brengen; en de vordering minstens zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang en naar een percentage dat twee maal zo hoog is als het percentage van de vorderingen van schuldeisers met een lagere rang. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op vorderingen die door pand of hypotheek zijn gedekt, voor zover zij op die goederen verhaald kunnen worden. 3.. Een besluit op grond van het eerste lid treedt niet in werking voordat de schuldregeling tot stand is gekomen. 4.. Een besluit op grond van het eerste lid kan worden herzien of ingetrokken als: de schuldregeling niet tot stand komt binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt; de belanghebbende de vordering van het college niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de juiste gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid. 5.. Een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, Titel III van de Faillissementswet is getroffen, dan wel een (voorlopige) schuldsaneringsregeling door de rechtbank van toepassing is verklaard zoals bedoeld in Titel III van de Faillissementswet. Bij deze minnelijke regeling wordt een fraudevordering op de belanghebbende niet meegenomen.

Rechtspraak bij dit artikel