Er zijn vier type overtredingen:
Het zonder of in afwijking van een vergunning vellen van een vergunningplichtige boom of houtopstand.
In situaties als benoemd in de Verordening bomen 2026 is voor het vellen van een boom of houtopstand een vergunning noodzakelijk. Het zonder of in afwijking van een vergunning vellen van een vergunningplichtige boom of houtopstand is tevens een economisch delict (Overtreding vanuit economisch oogpunt, Wet economische delicten, artikel 1a, 3e tranche).
Het niet uitvoeren van een herplantplicht, wat als vergunningvoorschrift door het college is opgelegd.
Het college kan als vergunningsvoorschrift voor het vellen van een boom of houtopstand en als herstelmaatregel bij het illegaal vellen aan de betrokkene een herplantplicht opleggen. Het niet uitvoeren van de herplantplicht is in beide gevallen tevens een economisch delict.
Het niet handelen volgens de bomenposter ‘Werken rond bomen’, volgens de voorwaarden in de bomeneffectanalyse, of volgens het WPB als dit leidt tot het afwijken van een vergunningvoorschrift of tot een bedreiging in het voortbestaan van boom- of houtopstand als bedoeld in artikel 10 van de Verordening bomen 2026.
Voor het inrichten van een bouwplaats, of maken van een in- of uitrit, wordt een APV-vergunning of omgevingsvergunning afgegeven. In de vergunning wordt onder verwijzing naar de Verordening bomen 2026 standaard de bomenposter ‘Werken rond bomen’ (of vergelijkbaar) opgenomen. De bomenposter ‘Werken rond bomen’ toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er binnen deze kwetsbare boomzone gelden voor de uitvoering van werkzaamheden. Ook wordt bronbemaling hier extra in benoemd vanwege het effect op bomen in een groter gebied.
Wanneer de bomenposter niet kan worden aangehouden, is er een bomeneffectanalyse (BEA) nodig voor het terreingebruik, ook al is dat gebruik tijdelijk. Een BEA geeft randvoorwaarden waarbinnen bomen behouden kunnen blijven. Deze voorwaarden worden bindend gesteld in de voorschriften van de uiteindelijke vergunning. Voor gemeentelijke bomen moet bovendien een Werkprotocol Boombescherming (WPB) ondertekend worden. Hierin neemt ontwikkelaar de periode van werkzaamheden op die de bomen kunnen beschadigen, en staan door de gemeente geaccepteerde ingrepen om schade te voorkomen.
Het niet handelen volgens de bomenposter ‘Werken rond bomen’, of volgens het WPB, is (bij de eerste overtreding) geen economisch delict, maar is wel een overtreding als dit leidt tot afwijken van een vergunningvoorschrift of tot een bedreiging in het voortbestaan van boom of houtsopstand als bedoeld in artikel 10 van de Verordening bomen 2026. Wanneer er op een bouwplaats een boom zonder vergunning geveld wordt, volgen we Artikel 4a (economisch delict).
het beschadigen van een boom (het zichtbare deel of het wortelgestel onder de grond), los van of zij zich bevindt op een bouwplaats.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Soorten overtredingen
Onderdeel van Beleidsregel illegaal vellen of beschadigen van bomen 2026