Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 37.

Criteria financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning 2026

Het College kan op aanvraag aan een Cliënt met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een financiële tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie of ter versterking van hun draagkracht of verlaging van hun draaglast, indien er geen andere oplossingen voorhanden zijn in de situatie van de cliënt, of andersoortige Voorzieningen of mogelijkheden vanuit het sociale netwerk geen oplossing bieden. Vergoeding vindt dan plaats op basis van het principe ‘goedkoopst adequaat’. Bij alle onderstaande vergoedingen geldt dat bij toepassing van dit artikel het maximale te vergoeden budget als richtlijn wordt weergegeven en sprake zal zijn van maatwerk. Het College kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de meerkosten. De tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen bedraagt, met toepassing van het 2e lid: Taxikosten: maximaal € 800 per jaar. Rolstoeltaxikosten: maximaal € 800 per jaar. Autokostenvergoeding (vergoeding voor de gebruikskosten van een auto zoals (benzine, wegenbelasting etc.): maximaal € 800 per jaar. Aanpassingskosten van een auto: ingeval van meerkosten voor de aanschaf van een aangepaste auto voor een gezin met meerdere kinderen, waarvan één of meerdere kinderen gebruik moeten maken van een rolstoel, bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal éénmalig € 5.600 waarbij de levensduur van de auto op 7 jaar gesteld wordt; de kosten komen alleen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming indien de aanpassing c.q. reparatie van de aanpassing, gelet op de nog te verwachten technische levensduur van de auto, verantwoord is. De tegemoetkoming voor Woonvoorzieningen bedraagt: Inrichtingskosten: maximaal € 3.167 éénmalig waarbij het daadwerkelijk verstrekte budget afhankelijk is van de persoonlijke situatie, de mate van mogelijke inzet vanuit het eigen sociale netwerk van de cliënt of de inzet van vrijwilligers. Bezoekbaar maken van een woning: maximaal € 5.000 éénmalig. Onderhoud voor Woonvoorzieningen wordt in de regel niet vergoed, maar wordt alleen verstrekt indien dit in het kader van veiligheid noodzakelijk is. Verhuiskosten: de vergoeding bedraagt maximaal € 3.167 éénmalig waarbij het daadwerkelijk verstrekte budget afhankelijk is van de persoonlijke situatie, de mate van mogelijke inzet vanuit het eigen sociale netwerk van de cliënt of inzet van vrijwilligers en zo nodig de offerte van een verhuisbedrijf. De vergoedingen voor sportvoorzieningen zijn als volgt: sportvoorzieningen/sportrolstoel: het laagste tarief voor een sportvoorziening in natura, opgenomen in het door de gemeente gesloten contract met een leverancier van hulpmiddelen tot maximaal € 2.850 per drie jaar. Voor een andere voorziening dan een sportrolstoel worden alleen de meerkosten in verband met de handicap verstrekt tot maximaal € 2.850 per drie jaar en op voorwaarde dat de toekennen van de Voorziening noodzakelijk geacht wordt voor de participatie van de cliënt en er geen voorliggende oplossingen vanuit andere wetten mogelijk zijn. Voor vergoeding van Domotica komen in aanmerking, in gevallen waarin de cliënt daarin niet zelf kan voorzien: Domotica die bijdragen aan rust, ondersteuning en veiligheid bij thuiswonende Cliënten met ernstige psychische- of psychosociale beperkingen, zoals dementie; Domotica die mantelzorgers ondersteuning bieden wanneer er sprake is van intensieve en langdurige Mantelzorg; Voorzieningen ter bevordering van de dagelijkse zelfredzaamheid bij kwetsbare Cliënten. Niet voor vergoeding voor Domotica komen in aanmerking: technische- en digitale hulp- en ondersteuningsmiddelen die bedoeld zijn voor medische zorg, toegangsverlening voor medische zorg of hulpmiddelen ter bevordering van de eigen gezondheid, persoonlijke verzorging of in het kader van leefstijlmonitoring en dergelijke. Hetzelfde geldt voor Domotica die onder de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet (inclusief aanvullend pakket) (kunnen) vallen. De in dit artikel genoemde bedragen zijn opgenomen op basis van prijspeil 2026. Het College kan besluiten tot indexering. De basis voor eventuele indexering is het indexpercentage dat in de regionale inkoopsamenwerking Zuidoost Utrecht wordt toegepast. In zeer bijzondere gevallen kan het College een auto in bruikleen geven. De Bijdrage door Cliënt te betalen overeenkomstig artikel 15 (prijspeil 2026) is daarop van toepassing. Gebruik van de auto door (familie van) cliënt tot een maximum van 8.000 kilometer per auto per jaar valt onder de toegekende maatwerkvoorziening. Indien meerdere cliënten van de auto gebruikmaken, komt daar 2.000 kilometer per persoon per jaar bij. De auto wordt verstrekt voor gebruik binnen Nederland. Voor gebruik boven het aangegeven aantal kilometers en voor gebruik in het buitenland betaalt cliënt extra per kilometer en wel als volgt: € 0,39 per kilometer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel