Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 43.

Opleggen van Bijdragen bij toekenning van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning 2026

1.. Een cliënt is een Bijdrage verschuldigd in de kosten voor een maatwerkvoorziening zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het Persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De Bijdrage kan ook worden opgelegd voor kosten van onderhoud voor de in gebruik zijnde maatwerkvoorziening. 2.. De Bijdrage, dan wel het totaal van de Bijdragen is gebaseerd op de regels die daartoe van Rijkswege zijn opgelegd en bedraagt maximaal het landelijk vastgestelde bedrag (artikel 2.1.4 van de Wmo). De Bijdrage gaat in per eerste van de maand volgend op het moment waarop de ondersteuning van start is gegaan en/of de maatwerkvoorziening is verstrekt. Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot het start- en stopmoment van het betalen van een Bijdrage in bijzondere omstandigheden. 3.. Indien door omstandigheden de maatwerkvoorziening niet uitgevoerd kan worden overeenkomstig de beschikking, wordt de betaling van de Bijdrage na een ononderbroken periode van twee maanden zonder (volledige) ondersteuning stopgezet. Noodgedwongen inzet van minder ondersteuning dan in de beschikking staat opgenomen, is geen reden om de Bijdrage te stoppen. 4.. De Bijdrage wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) geïnd. Het College verstrekt aan het CAK de daarvoor benodigde gegevens zoals aantal en kostprijs van de verstrekte maatwerkvoorzieningen. Het CAK gaat bij een samenloop van meerdere voorzieningen uit van de voorziening met de hoogste kostprijs. 5.. Geen Bijdrage wordt opgelegd indien het een maatwerkvoorziening betreft voor Minderjarigen. Als de cliënt waarvoor de Voorziening verstrekt is 18 jaar wordt, gaat alsnog voor de cliënt de verplichting in tot betalen van de Bijdrage. 6.. Geen Bijdrage wordt opgelegd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: rolstoel, Respijtzorg of Kortdurend verblijf, cliëntondersteuning, verhuis- of inrichtingsvergoeding, Bemoeizorg of Waakvlamzorg en bij financiële tegemoetkomingen. 7.. Geen bijdrage wordt opgelegd aan meerpersoonshuishoudens, nog niet AOW-gerechtigd overeenkomstig de regels die daarvoor door het Rijk gesteld zijn. Een meerpersoonshuishouden dient daarbij de voldoen aan de vereisten van een Leefeenheid. 8.. Op de maatwerkvoorzieningen Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang (via Zorg in natura of via Pgb) gelden Bijdragen die door het Rijk zijn vastgesteld. Wijzigingen in het rijksbeleid kunnen tot aanpassingen leiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel