Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 64.

Onderzoek naar recht- en doelmatigheid van maatwerkvoorzieningen (Wmo), Individuele voorzieningen (Jeugdwet) en van pgb’s

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning 2026

1.. Het college onderzoekt met inachtneming van hoofdstuk 6 van de Wmo en de paragrafen 6a en 6b, van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. 2.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen, Individuele voorzieningen en Persoonsgebonden budgetten met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid van het gebruik daarvan. 3.. Het College onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of het Persoonsgebonden budget wordt besteed ten behoeve van het resultaat waarvoor het verstrekt is. 4.. Het College wijst ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op- en bestrijding van ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen (Wmo) en Individuele voorzieningen (Jeugdwet) of een pgb, alsmede misbruik of oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de Wmo of Jeugdwet, dan wel van deze Verordening. 5.. Het College kan pgb-beleid voor het sociaal domein vaststellen waarin nadere regels zijn opgenomen met betrekking tot het Persoonsgebonden budget. 6.. Het toezicht door de toezichthoudende ambtenaar Jeugd ziet op de rechtmatigheid van ingediende declaraties door jeugdhulpaanbieders en op de vraag of nog de juiste ondersteuning ingezet wordt gelet op de belemmeringen. 7.. De toezichthoudende ambtenaar geeft gevraagd en ongevraagd advies over de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel