Het uitgangspunt is dat ieder perceel ontsloten wordt op de openbare weg. Per adres kan één uitweg aangelegd worden.
In bijzondere gevallen kan een tweede uitweg worden aangelegd als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 2:12 lid 2 van de APV en:
het perceel een breedte heeft van minimaal 25 meter, gemeten aan de wegzijde van het perceel; en
de afstand tussen de uitwegen, gemeten aan de wegzijde van het perceel, groter is dan 15 meter.
Bij hoeksituaties of als men een uitweg wil aan de andere zijde van het perceel (voor of achter) zal dit per geval worden beoordeeld.
Als de nieuwe uitweg wordt aangelegd ter vervanging van de oude uitweg (maar op een andere plaats), dan moet de oude uitweg in beginsel worden verwijderd en de weg ter plaatse van de opgeheven uitweg in de oorspronkelijke staat worden hersteld. De kosten hiervan komen voor rekening van de aanvrager.