Naar hoofdinhoud
Geen kennismakingsperiode wordt verleend bij situaties waarbij aanvragers: reeds een gezamenlijke huishouding voerden voordat de kennismakingsperiode bij het college werd aangevraagd, of in een relatie ouder-kind tot elkaar staan, of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand met elkaar gehuwd zijn geweest of voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander, of zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met het gezamenlijk hoofdverblijf, of als aan één van belanghebbenden in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de kennismakingsperiode al gebruik heeft gemaakt van de kennismakingsperiode. Naast het gestelde in het eerste lid wordt geen toestemming voor een kennismakingsperiode verleend als toestemming als bedoeld in artikel 4 lid 2 onder b niet wordt gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel