Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

Onderdeel van Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Gemeente Brunssum 2026

1.. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage gelijk aan de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, met een maximale jaarlijkse vergoeding van driemaal dit bedrag. 2.. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 3.. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie, als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 4.. Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van het maximale bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, gedeeld door het aantal roulerende voorzitters voor die commissie, per persoon, zolang de commissie actief is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel