Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Vergaderingen

Onderdeel van RAADSBESLUIT

1. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden dit noodzakelijk acht(en). De commissie vergadert niet indien niet tenminste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is. 2. De voorzitter bepaalt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorzitter roept de volgende personen schriftelijk tot de vergadering op: a. de leden van de commissie; b. de sollicitanten naar het ambt van burgemeester, elk voor zover met de betreffende sollicitant een gesprek plaats heeft; c. de burgemeester, voor zover met hem een gesprek plaats heeft. 3. De in het tweede lid bedoelde oproeping geschiedt ten minste twee dagen voorafgaand aan de vergadering. Indien bijzondere omstandigheden een spoedige bijeenkomst van de commissie vergen, kan van de in dit lid bedoelde termijn worden afgeweken, maar geschiedt de oproeping ten minste 12 uren voorafgaand aan de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel