Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als benoemd in artikel 3.
Niet voor subsidie in aanmerking komen onder andere de kosten:
van reguliere maatregelen voor ecologie en landschap bij elektriciteitsinfrastructuur;
voor het verwijderen van bodemverontreiniging of afval;
voor de aanschaf van machines;
voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;
van grondwerving;
voor opstellen vergunningaanvraag, opstellen subsidieaanvraag, afstemming en overleg, communicatie en participatieproces;
voor terugkerende kosten gedurende de exploitatieperiode, zoals jaarlijks beheer, monitoring en compensatie voor stilstand van windturbines;
die vóór indiening van de aanvraag zijn gemaakt.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.