In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
activiteit, inhoudende:
een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of
een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk;
gebruiksoppervlakte: de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen conform de “Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580”;
huishouden: persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
zelfstandige woning ook wel hoofdwoning: een woonruimte welke een eigen erf, eigen nutsvoorzieningen en eigen toegang heeft en welke door één huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, zoals keuken, toilet en badkamer;
wezenlijke voorzieningen: een keuken, toilet en badkamer;
betaalbare woning: een betaalbare woning is een woning die onder de betaalbaarheidsgrens van de rijksoverheid ligt. Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex (CPI). De grens is in 2026 € 420.000;
parkeernorm: het in het geldende beleid ten aanzien van parkeernormen genoemde normgetal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn om in voldoende mate te voorzien in ruimte ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s en fietsen;
parkeeronderzoek: een parkeeronderzoek binnen een beleidsregel is een objectieve meting van de actuele parkeerdruk en -capaciteit in de openbare ruimte, vaak gebruikt als onderbouwing om af te wijken van de verplichting tot parkeren op eigen terrein. Het meet de bezetting op maatgevende momenten en in representatieve perioden;
woningsplitsing: het (bouwkundig) opdelen van een volgens het omgevingsplan legaal aanwezige en in de praktijk ook bestaande woning in meerdere zelfstandige woonruimten naast elkaar (verticaal) en/of boven elkaar (horizontaal).