Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3.

Artikel 5.3.4

Producten vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland

Onder vervoersvoorzieningen vallen in ieder geval: meerdere vormen van vervoerskostenvergoedingen bijzondere fietsen gericht op mensen met een beperking; scootmobiel; aanpassing van de eigen auto. LET OP: In Steenwijkerland is er lokaal geen mogelijkheid om gebruik te maken van collectief vervoer. Voor vervoersbewegingen binnen de gemeente wordt er intensief gebruik gemaakt van het vrijwilligersvervoer. Dit staat los van de gemeente. In 2027 wordt hier onderzoek naar gedaan. 5.3.4.1Vervoerskostenvergoeding Een vervoerskostenvergoeding wordt verstrekt als maatwerkvoorziening wanneer: Het vervoer noodzakelijk is om de inwoner in staat te stellen tot deelname aan de samenleving. De vergoeding wordt verstrekt voor de meerkosten die de inwoner maakt door zijn beperking, wanneer andere vervoersopties niet beschikbaar of niet geschikt zijn. De vergoeding kan betrekking hebben op: kosten voor individueel taxivervoer; gebruik van een eigen auto (vergoeding per kilometer); rolstoel- of aangepast vervoer De normen voor het vaststellen van de hoogte van een vervoerskostenvergoeding zijn opgenomen in het financiële besluit. 5.3.4.2Incidenteel rolstoelgebruik Een rolstoel voor incidenteel gebruik (ook wel transportrolstoel genoemd) is niet voor dagelijks zittend gebruik noodzakelijk en wordt niet verstrekt vanuit de Wmo. Doorgaans wordt deze gebruikt als men zich elders moet verplaatsen en dat zonder een rolstoel niet kan, zoals tijdens een uitstapje. Voor dit soort rolstoelen kan gebruik worden gemaakt van speciaal hiervoor beschikbare uitleendepots op grond van de ZVW of van rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikbaar zijn, zoals in pretparken, dierentuinen, in het winkelcentrum, bij ziekenhuizen en dergelijke. 5.3.4.3Bijzondere fietsen gericht op mensen met een beperking Bijzondere fietsen kunnen voor verstrekking in aanmerking komen. Denk daarbij aan driewielfietsen of handbikes. Het indiceren van de noodzaak voor bijzonder fiets ligt bij de consulent, wanneer het een elektrische voorziening betreft is hiervoor een extra toets moment voorafgaand aan het afgeven van een beschikking door kwaliteit noodzakelijk. Een driewielfiets wordt alleen verstrekt als: er sprake is van een beperkte sta- en loopfunctie, ook gelet op het kunnen maken van transfers; en het overbruggen van afstanden op de plaats van bestemming de inwoner een beperkte loopafstand heeft (minimaal 250 meter met of zonder loophulpmiddel) en gelet op de beperkingen en de vervoersbehoefte op de middellange korte afstand (directe omgeving) is aangewezen op een driewielfiets; de inwoner in staat is om een eventueel aanvullend loophulpmiddel voor korte afstanden mee te nemen. niet op een andere wijze kan worden voorzien in deze vervoersbehoefte zoals een algemeen gebruikelijk verkrijgbare (elektrische) fiets; de inwoner zelf het voertuig veilig kan bedienen en besturen. Dit wordt zo nodig beoordeeld aan de hand van een rijvaardigheidstest; er een mogelijkheid is om de fiets te stallen en op te laden op een brandveilige plek de inwoner de fiets zelfstandig kan stallen en opladen Kinderen: Een normale kinderdriewieler wordt voor kinderen als algemeen gebruikelijk beschouwd en komt niet voor verstrekking in aanmerking. Driewielfietsen die speciaal bedoeld zijn voor kinderen met beperkingen kunnen voor verstrekking in aanmerking komen. 5.3.4.4Scootmobiel Een scootmobiel is een open elektrische buitenwagen bestemd voor gebruikers met een matige tot slechte sta- loopfunctie. De scootmobiel is bedoeld voor verplaatsingen in de directe omgeving van de woning, het onderhouden van sociale contacten, het doen van boodschappen, et cetera. 5.3.4.4.1 Criteria Een scootmobiel wordt alleen verstrekt als: er sprake is van een zekere sta- en loopfunctie, ook gelet op het kunnen maken van transfers; de inwoner een beperkte loopafstand heeft (maximaal 100 meter eventueel met loophulpmiddel) en gelet op de beperkingen en de vervoersbehoefte op de korte afstand (directe omgeving) is aangewezen op een scootmobiel; De inwoner in staat is om een eventueel aanvullend loophulpmiddel voor korte afstanden mee te nemen op de scootmobiel. niet op een andere wijze kan worden voorzien in deze vervoersbehoefte zoals met een hand- of duwstoel of een aangepaste fiets; de inwoner zelf het voertuig veilig kan bedienen en besturen. Dit wordt zo nodig beoordeeld aan de hand van een rijvaardigheidstest; er een mogelijkheid is om de scootmobiel te stallen en op te laden op een brandveilige plek de inwoner of een begeleider de scootmobiel zelf kan stallen en opladen 5.3.4.5Stalling scootmobielen en elektrisch aangedreven driewielfietsen Vervoersvoorzieningen, zoals een scootmobiel, en een elektrisch aangedreven driewielfiets moeten op een adequate wijze gestald worden. Het college onderzoekt of de inwoner zelf mogelijkheden heeft om hiervoor te zorgen, door bijvoorbeeld herinrichten of opruimen van de beoogde (stallings-)ruimte. Dit valt onder eigen kracht. Het college verstrekt alleen een voorziening voor stalling als de inwoner geen eigen mogelijkheden tot het stallen heeft en het (vergunning)technisch uitvoerbaar is. Een stalling heeft een dak, is aan drie zijden gesloten en indien nodig voorzien van een oplaadpunt. De inwoner die een woning huurt moet toestemming hebben van de verhuurder voor het stallen van een scootmobiel of elektrisch aangedreven driewielfiets 5.3.4.6(Electrische) Rolstoel Hoewel een rolstoel strikt genomen geen vervoersvoorziening is, kan daar in het kader van deelname aan het maatschappelijk verkeer wel rekening mee worden gehouden. De inwoner kan een (elektrische) rolstoel namelijk ook gebruiken voor verplaatsingen in de directe woon-en leefomgeving. 5.3.4.7Autoaanpassingen Als uit het onderzoek blijkt dat de inwoner geen gebruik kan maken van (rolstoel)taxivervoer, dan kan in uitzonderingssituaties een aanpassing van de eigen auto aangewezen zijn. Daarbij wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd: Is het gebruik van de eigen auto nodig voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel én is het (individueel) vervoer geen passende bijdrage? Is een autoaanpassing de goedkoopst passende bijdrage? Wat is de ouderdom en technische staat van de auto? Een auto moet minimaal zeven jaar veilig kunnen rijden. Als een auto zeven jaar of ouder of is er al 75.000 kilometer of meer mee gereden, dan kan een technische keuring van de auto door een onafhankelijke instantie (bijvoorbeeld de ANWB) nodig zijn om te kunnen beoordelen of de aanpassing nog verantwoord is met het oog op de technische staat en de verwachte levensduur van de auto. Heeft een auto al meer dan 75.000 kilometer gereden dan gaat het college daar niet van uit. Is de inwoner eigenaar en bestuurder van de auto? Onder de eigenaar van de auto kan ook de wettelijk vertegenwoordiger van het kind worden verstaan waar de autoaanpassing voor bestemd is. Fondsenwerving Het kan voor komen dat een inwoner met behulp van fondsen een auto of bus kan aanschaffen. Vaak moeten aan zo’n auto of bus nog aanpassingen verricht worden. Inwoner moet daarom voor de aanschaf toestemming verkrijgen van het college.

Rechtspraak bij dit artikel