Bij het vaststellen of de inwoner dan wel zijn vertegenwoordiger in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te oefenen, beoordeelt het college de volgende aspecten.
De inwoner dan wel zijn vertegenwoordiger moeten in ieder geval:
kunnen overzien wat de situatie is en een duidelijk beeld hebben van de zorgvraag;
op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of die zelf weten te vinden bij de desbetreffende instanties (online);
in staat zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden;
voldoende kunnen communiceren met de gemeente, de SVB en zorgverleners;
in staat zijn om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen;
in staat zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om deze te verantwoorden;
kunnen beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is;
de inzet van zorgverleners kunnen coördineren waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;
in staat zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren;
voldoende (juridische) kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap, of deze kennis weten te vinden.
In de volgende situaties is in ieder geval sprake van een ernstig vermoeden dat de inwoner dan wel zijn vertegenwoordiger problemen zal krijgen met het uitvoeren van de taken die horen bij een pgb:
er is sprake van schuldenproblematiek;
er is sprake van een gok- of drugsverslaving;
er is sprake van sterke vergeetachtigheid.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.1
Artikel 9.1.1
PGB -vaardigheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland