Bij verhindering of ontstentenis van:
de voorzitter, informeert de voorzitter indien mogelijk diens waarnemer en de gemeentesecretaris daar zo spoedig mogelijk over;
een ander lid van het college, informeert het lid de gemeentesecretaris en de voorzitter daar zo spoedig mogelijk over;
de gemeentesecretaris, informeert de gemeentesecretaris diens vervanger en de voorzitter daar zo spoedig mogelijk over.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.
Verhindering en ontstentenis
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van het college