Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Huidige borging

Onderdeel van Beleidsnotitie - ‘Waterberging nieuwbouwwoningen’

5.1.1Omgevingsvisie 2030 (OV2030) Om ambities te kunnen borgen in het Omgevingsplan, is het noodzakelijk dat deze ambities zijn verwoord in de omgevingsvisie. De huidig geldende omgevingsvisie is de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 (OV2030). Passages die van belang zijn voor het borgen van (duurzaam) stedelijk waterbeheer in het Omgevingsplan zijn weergegeven in Bijlage 1 van dit document. Belangrijke passages ten aanzien van waterberging zijn: Paragraaf 2.3 van de OV2030 stelt ‘Een groener Veenendaal levert een bijdrage aan het tegengaan van wateroverlast en hitte in de stad. Dit bereiken we door minder verstening in de openbare ruimte en het stimuleren van groene daken en gevels, tijdelijke wateropvang en een natuurvriendelijke inrichting van particuliere terreinen en tuinen.’ Paragraaf 4.5: • Bij ruimtelijke ingrepen (zoals bouwen), reconstructies van de openbare ruimte en renovatie van gebouwen is er ruimte voor maatregelen die bijdragen aan klimaatadaptatie (regenwateropvang en voorkomen van hittestress). En; • Bij hemelwater wordt gewerkt volgens de voorkeursvolgorde ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ van water en de trits ‘schoonhouden, scheiden en zuiveren’ Paragraaf 8.3 benadrukt het belang van meer groen en water, niet alleen bij woningen, maar ook op bedrijventerreinen: ‘We maken bedrijventerreinen duurzamer, aantrekkelijker en veiliger: • We maken ruimte voor meer groen en water om de hittestress tegen te gaan 5.1.2Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal In januari 2022 heeft de gemeente Veenendaal het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal vastgesteld (zie: Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal | Gemeente Veenendaal). Dit systeem zorgt ervoor dat duurzaamheidsthema’s, zoals groen, gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie en circulariteit expliciet worden meegenomen in de ontwerpfase van woningbouwinitiatieven. Het principe is dat hoe meer woningen er gebouwd worden, hoe meer maatregelen de initiatiefnemer moet treffen om bij te dragen aan een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal. Initiatiefnemer mag dan kiezen welke maatregelen hij of zij wil nemen. Daarnaast zijn ook enkele verplichte maatregelen opgenomen in het puntensysteem. Het instrument komt direct voort uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030. Het puntensysteem levert een belangrijke bijdrage aan een duurzaam ontwerp van nieuwbouwprojecten in Veenendaal. Er zitten echter ook beperkingen aan dit instrument als het gaat om waterbergingseisen die we als gemeente willen stellen. Zo is het, in de huidige variant, alleen van toepassing op nieuwbouwwoningen. Andere nieuwe gebouwen en terreinverhardingen vallen buiten de werking van het puntensysteem, terwijl het voor klimaatadaptatie in principe geen verschil maakt of het hemelwater op een dak van een woning of een winkel valt. Bovendien is de bedoeling van het puntensysteem dat initiatiefnemer kan kiezen welke maatregelen hij of zij wil treffen. Verplichte maatregelen, zoals de waterbergingseisen, passen eigenlijk niet bij de bedoeling van het puntensysteem en zijn met name opgenomen als signaalfunctie. 5.1.3Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) en Inrichtingsvereisten Veenendaalse Openbare Ruimte (IVOR) 5.1.3.1OPOR Enkele van de principes uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 zijn uitgewerkt in het OPOR 2022-2025. Dit plan is met een jaar verlengd, tot en met 31 december 2026. De intentie is om daarna een omgevingsprogramma Groen, Water en Klimaat te hebben waar beleidsmatige aspecten uit het huidige OPOR in zijn opgenomen en, zo nodig, worden aangevuld. Wat betreft waterberging op eigen terrein stelt het OPOR (onder ‘Samen maken we de stad’): ‘Belangrijke maatregelen tegen droogte, hitte en wateroverlast zijn het afkoppelen en bij voorkeur infiltreren van regenwater en het vergroenen van de leefomgeving. Voor zowel particulieren als voor niet-natuurlijke personen kennen we in Veenendaal een subsidieregeling. (...) Onderzocht wordt of in welke mate de gemeente waterberging en eventueel infiltratie op particulier terrein wil gaan verplichten bij nieuwbouwsituaties via het Omgevingsplan.’ Het OPOR richt zich dus op eventuele verplichting bij nieuwbouw en het stimuleren bij bestaande bouw. De verplichting bij nieuwbouw is op dit moment vormgeven via het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal, voor nieuwbouwwoningen. In het OPOR worden echter geen concrete bergingsnormen genoemd voor nieuwbouwwoningen. Daarnaast is het programma primair bedoeld voor inrichting van de openbare ruimte en niet de meest geschikte plek om bergingsnormen voor privaat terrein beleidsmatig te borgen. 5.1.3.2IVOR Een ander instrument dat verder invulling geeft aan de waterbeheerprincipes uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 is het IVOR: Inrichtingseisen Veenendaalse Openbare Ruimte. Zoals de naam al aangeeft, bevat dit document eisen ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte. Deze eisen gelden voor projecten in de openbare ruimte waarbij deze wordt heringericht. De eisen uit het IVOR worden meegegeven aan opdrachtnemers van projecten van de gemeente. In IVOR no. 4 (Januari 2011) staat over waterberging als eisen: In principe al het regenwater in het te bebouwen gebied bergen. Hiervoor een gedeelte van dit gebied inrichten als open water. Bij nieuwbouw- en inbreidingsplannen ca. 10% van het plangebied als open water voor waterberging reserveren. Het exacte percentage nader vaststellen in overleg met Waterschap Vallei & Eem. Indien dit percentage niet haalbaar is, is de aanleg van een bergingsriool een alternatief. Uit Dali (online en altijd meest actuele versie van IVOR), voor alle situaties (ook particulier terrein): ‘Voor alle situaties geldt dat de gemeente in overleg met het waterschap bepaalt wat de totale waterberging is die gerealiseerd moet worden.’ Voor ‘nieuw particulier terrein’: ‘Bij nieuwbouw is volledig afkoppelen altijd verplicht. Afkoppelen houdt het verwerken van regenwater op eigen terrein in of het bergen en langzaam afvoeren naar het regenwaterriool van de gemeente. Regenwater moet gescheiden van het vuilwater aangeboden worden op de erfgrens, ook als het (nog) niet gescheiden overgenomen kan worden op openbaar terrein.’ Het IVOR stelt dus dat bij nieuwbouwprojecten volledig afgekoppeld moet worden. Hoe en waar dat precies gebeurt wordt verder niet bepaald in dit document. Daarmee is het IVOR niet concreet genoeg voor juridische borging van waterberging in het Omgevingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel