Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregel kleinschalige kamerbewoning Land van Cuijk 2026

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: buitenplanse omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk; gebruiksoppervlakte: de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen conform de “Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580”; huishouden: persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen; kamerbewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte; kamerverhuur: de verhuur c.q. het verschaffen van onzelfstandige woonruimte; kamerbewoningspand: gebouw met een woonfunctie dat geheel of gedeeltelijk is ingericht voor kamerbewoning; kleinschalige kamerbewoning (of hospitaverhuur): de gedeeltelijke verhuur van een zelfstandige woning via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen doordat daarin wezenlijke voorzieningen zoals een eigen kook- en/of wasgelegenheid en/of toilet ontbreken, van maximaal twee kamers aan maximaal één persoon per kamer, waarbij de eigenaar of hoofdhuurder, mits woning van toegelaten instelling is, met zijn/haar huishouden de woning bewoont met het exclusieve gebruiksrecht van minimaal vijftig procent van het gebruiksoppervlakte van de woning; wezenlijke voorzieningen: een keuken, toilet en badkamer; zelfstandige woning, ook wel hoofdwoning: een woonruimte welke een eigen erf, eigen nutsvoorzieningen en eigen toegang heeft en welke door één huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, zoals keuken, toilet en badkamer; toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; parkeernorm: het in het geldende beleid ten aanzien van parkeernormen genoemde normgetal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn om in voldoende mate te voorzien in ruimte ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s en fietsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel