Het college zal bij een omgevingsvergunning voor kleinschalige kamerbewoning beoordelen of de aanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden:
De kleinschalige kamerbewoning vindt plaats in een pand waar in het omgevingsplan de functie “wonen” rechtstreeks is toegestaan;
Waar sprake is van maximaal één huishouden plus hooguit twee personen extra die niet tot dat huishouden behoren waaronder begrepen inwoning en hospitaverhuur;
De kamer(s) die voor kleinschalige kamerbewoning ter beschikking word(t)/(en) gesteld beschikken over een aaneengesloten gebruiksoppervlakte van ten minste 10 m² (exclusief gemeenschappelijke ruimtes);
Minimaal 50% van het gebruiksoppervlakte van de zelfstandige woning wordt gebruikt door de eigenaar-bewoner of hoofdhuurder;
De kamerbewoning betreft geen zelfstandige woonruimte;
Kamerbewoning vindt uitsluitend plaats in een zelfstandige woning (ook wel hoofdwoning).
Artikel 4
Beoordelingscriteria kleinschalige kamerbewoning
Onderdeel van Beleidsregel kleinschalige kamerbewoning Land van Cuijk 2026