1. De verlening van mandaat houdt tevens toestemming in voor ondermandaat , tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld.
2. Ondermandaat houdt slechts ondertekeningsmandaat in tenzij:
a. ondermandaat aan een manager verleend, waarbij een andere functionaris de voorbereiding van het in ondermandaat te nemen besluit verricht;
b. het een bevoegdheid betreft die aan de hand van een protocol, beleidsregel of werkproces wordt verricht waarbinnen voldoende functiescheiding is opgenomen;
c. het ondermandaat aan een medewerker van de afdeling Sociale Zaken of van de afdeling Dienstverlening is verleend en de bevoegdheid aan de hand van een protocol, beleidsregel of werkproces wordt verricht waarbinnen voldoende functiescheiding is opgenomen als bedoeld in sub b of waarbij toetsing achteraf plaatsvindt door middel van representatieve steekproeven;
d. de spoedeisendheid ondermandaat rechtvaardigt;
3. De gemandateerde kan in aanvulling op artikel 7 en artikel 8 van de richtlijn, nadere clausules en/of instructies aan ondermandaat verbinden.