Naar hoofdinhoud
1.. Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke (bekende) gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk contact met hem om het onderzoek (artikel 4) te starten. 2.. De cliënt verschaft het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Op verzoek van het college verstrekt hij ook een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.. Als de cliënt voldoende bekend is bij het college, kan het college in overleg met de cliënt afzien van het vooronderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel