**1..** De aanbieder dient te komen tot een goede samenwerking en een goede afstemming met andere professionals en het sociale netwerk van de jeugdige en/of ouders.
**2..** De zorgaanbieder dient zelfregie en samenredzaamheid te stimuleren door eenduidig handelen, zelfregie, sociale netwerkstrategieën en inzet van deskundig personeel.
**3..** De zorgaanbieder dient bij te dragen aan een inclusieve samenleving.
**4..** Zorgaanbieders dienen invulling te geven aan diversiteitsbeleid en cultuursensitief werken.
**5..** Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen en deskundige beroepskrachten door voorzieningen op de persoonlijke situatie van de jeugdige en/of ouders en andere vormen van zorg af te stemmen en toe te zien dat het personeel tijdens het leveren van voorzieningen handelen volgens de professionele standaard.
**6..** Het college kan verdere kwaliteitseisen aan voorzieningen bepalen.
**7..** Het college controleert naleving van de kwaliteitseisen door middel van handhavingsbevoegdheden. Deze bevoegdheden worden uitgewerkt in hoofdstuk 7 van deze verordening. Daarnaast houdt het college een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Indien nodig controleert het college met de jeugdige en/of ouders ter plaatse de geleverde voorzieningen.
**8..** Voor het inschakelen van een onderaannemer dient een aanbieder het college om toestemming te vragen. De oorspronkelijke aanbieder is verantwoordelijk voor de (gedeeltelijke) uitvoering door de onderaannemer. Het college kan hierover nadere regels opstellen.