**1..** Het college vergewist zich conform artikel 7.2.3 van de Jeugdwet bij het eerste contactmoment met de jeugdige of diens ouder(s) van de juistheid van het Burgerservicenummer (BSN), door dit te controleren aan de hand van gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). De verificatie van het BSN dient ter waarborging van een correcte en veilige verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van de Jeugdwet.
**2..** Het college verlangt geen identificatiebewijs van de jeugdige of diens ouder(s), tenzij er gegronde twijfel bestaat over de identiteit en de juistheid van het BSN, en verificatie via de BRP niet mogelijk is.
**3..** Het college draagt zorg voor een zorgvuldige registratie van het BSN en de bijbehorende persoonsgegevens, conform de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
**4..** In uitzonderlijke gevallen waarin het BSN niet beschikbaar is, kan het college besluiten tot alternatieve identificatie en registratie, mits dit noodzakelijk is voor het verlenen van passende jeugdhulp en met inachtneming van privacywetgeving.
**5..** Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit kunnen de volgende documenten worden gebruikt ter waarborging van een correcte en veilige verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van de Jeugdwet:
een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER;
een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen);
een buitenlands paspoort; of
een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Verificatie van het Burgerservicenummer
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Son en Breugel 2026