Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, opschorting of terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Son en Breugel 2026

1.. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing aangaande een verstrekking van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen. 2.. een jeugdige of zijn ouder(s) doen op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening in zorg in natura of pgb. 3.. het college kan een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouder(s) niet langer op de individuele voorziening zijn aangewezen; de individuele voorziening niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening; de jeugdige of zijn ouder(s) de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulpaanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 5.1, vierde lid; het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. De jeugdige of zijn ouder(s) zich niet binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij de jeugdhulpaanbieder. de jeugdige langer dan 6 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. De jeugdige verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg. 4.. Als het college een besluit op grond van het derde lid onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terugvorderen van de jeugdige of zijn ouder(s), van de ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of het te veel of ten onrechte genoten pgb. 5.. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten pgb invorderen. 6.. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het derde lid, onder a, d, e of f, de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel