Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten zodanig te spreiden over de subsidieperiode dat een evenwichtige uitvoering plaatsvindt over de gehele looptijd van de subsidie en geen onevenredige besteding van middelen in één jaar of binnen één activiteit plaatsvindt zonder voorafgaande instemming van Gedeputeerde Staten; elk jaar een jaarplanning aan Gedeputeerde Staten te verstrekken, waarin de doelmatige en effectieve inzet van middelen wordt aangetoond; ten minste eenmaal per jaar een schriftelijke voortgangsrapportage te verstrekken, waarin wordt ingegaan op de voortgang per activiteit, de besteding van middelen, de behaalde resultaten en de samenwerking binnen het consortium; minimaal tweemaal per jaar deel te nemen aan een voortgangsoverleg met de provincie Utrecht, waarin voortgang, knelpunten en indien nodig bijsturing van de uitvoering worden besproken; een vaste contactpersoon binnen het consortium aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de afstemming met de provincie Utrecht; desgevraagd alle relevante gegevens en documenten te verstrekken die nodig zijn voor monitoring, evaluatie en verantwoording van de subsidie; zorg te dragen voor een transparante interne bedrijfsvoering binnen het consortium, inclusief duidelijke rol- en taakverdeling tussen de samenwerkende partijen; en zorg te dragen voor de continuïteit van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten indien zich wijzigingen voordoen binnen het consortium. 2.. Bij de subsidieverleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel