Een inwoner kan in aanmerking komen voor maatschappelijke ondersteuning als deze inwoner beperkingen heeft in de zin van de Wmo 2015 en deze beperkingen niet voldoende kan verminderen of wegnemen door eigen kracht, algemeen gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen of door hulp uit zijn sociale netwerk. Een inwoner met beperkingen in de zin van de Wmo is:
een inwoner die een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen heeft en daardoor problemen heeft op het gebied van zijn zelfredzaamheid of participatie;
een inwoner die in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is mee te doen in de samenleving;
een inwoner van de gemeente die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.
In hoofdstuk 3 is nader uitgewerkt hoe de gemeente beoordeelt of een inwoner in aanmerking komt voor maatschappelijke ondersteuning. Daar worden ook de begrippen eigen kracht, algemeen gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen en hulp uit het sociale netwerk van de inwoner uitgelegd.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Beperkingen in de zin van de Wmo
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen