Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 11.3

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen

Een pgb wordt alleen toegekend als er naar het oordeel van de gemeente wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het ontvangen van een pgb zoals genoemd in artikel 2.3.6 Wmo 2015, in de verordening en in deze beleidsregels. Om in aanmerking te komen voor een pgb moet ten minste aan de hieronder beschreven drie voorwaarden zoals genoemd in de verordening in artikel 6.3.1 zijn voldaan. Ook mag er geen sprake zijn van een van de weigeringsgronden zoals genoemd in dat artikel. Een inwoner moet gemotiveerd aangeven waarom hij een pgb wil ontvangen in plaats van een voorziening in de vorm van ZIN. Een pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de inwoner of zijn vertegenwoordiger. De inwoner kan zijn motivatie voor een pgb verwoorden in het pgb-plan. Een inwoner moet voldoende in staat zijn om de taken die verbonden zijn aan het pgb op een verantwoorde manier uit te voeren. De inwoners moet, met andere woorden, pgb-vaardig zijn. Een inwoner kan hiervoor ook ondersteuning krijgen uit zijn sociale netwerk of van een vertegenwoordiger die zijn belangen behartigt. Een pgb wordt alleen verstrekt als de gemeente van mening is dat de inwoner, eventueel met hulp van iemand anders, pgb vaardig is. Dit betekent dat de inwoner, eventueel met hulp van iemand anders, de vaardigheden bezit om het pgb zelfstandig en verantwoord te beheren. De gemeente sluit aan bij de landelijke afspraken met betrekking tot pgb-vaardigheden die zijn gemaakt met het ministerie van VWS. Een inwoner is pgb-vaardig als een inwoner, eventueel met hulp, voldoet aan de 10 punten van pgb vaardigheid die het ministerie heeft opgesteld. Voor een overzicht van de 10 punten van pgb-vaardigheid, zie bijlage 3 van deze beleidsregels. pgb-budgethouder en pgb beheerder Een inwoner die een pgb toegekend krijgt, is de pgb budgethouder. Degene die het pgb beheert, is de pgb-beheerder. Dit kan de inwoner zelf zijn, maar ook een vertegenwoordiger, degene die de inwoner helpt bij het beheren van het pgb. De pgb-beheerder moet voldoen aan alle 10 punten van pgb-vaardigheid. Er kunnen meerdere pgb-beheerders zijn. Voorbeelden Voorbeelden van een aantal van de 10 punten van pgb-vaardigheid zoals opgesteld door het ministerie: Het hebben van een duidelijk beeld van de hulpvraag en beoordelen of de hulp die ingezet wordt doelmatig en van goede kwaliteit is; Het hebben van goede communicatievaardigheden zodat er gecommuniceerd kan worden met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; Het voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen van de pgb-budgethouder; Het kunnen coördineren van de inzet van alle zorgverleners; Het op de hoogte zijn van de regels en de verplichtingen die horen bij een pgb. Belangenverstrengeling Uit de 10 punten van pgb-vaardigheid blijkt dat de pgb beheerder niet de hulpverlener kan zijn van de inwoner. Dan zou er belangenverstrengeling op kunnen treden en dat is niet toegestaan. De pgb beheerder van het pgb is namelijk niet alleen verantwoordelijk voor de besteding van het budget, maar voor alle taken en verantwoordelijkheden die verbonden zijn aan een pgb. Daarmee is de pgb beheerder ook verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geboden ondersteuning. De pgb beheerder mag ook niet op een andere manier betrokken zijn bij de uitvoerende organisatie, als bijvoorbeeld directeur of bestuurder. Dit in verband met de onafhankelijke positie die de pgb-beheerder moet kunnen innemen ten opzichte van de zorgverlener. Sterke aanwijzingen voor belangenverstrengeling zijn er als: De pgb beheerder financieel afhankelijk is of financieel voordeel heeft door de zorgverlener; De pgb beheerder en de zorgverlener samen een huishouden voeren; Er onvoldoende waarborgen zijn voor onafhankelijk beheer en controle. Als uitzondering mag een pgb wel worden beheerd door iemand uit het sociale netwerk als diegene in die situatie het beste het pgb kan beheren voor een inwoner. Het is dan ook wel belangrijk dat de persoon uit het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de inwoner heeft uitgeoefend bij de besluitvorming. De gemeente beoordeelt of dit het geval is en of er geen sprake is van belangenverstrengeling. De pgb beheerder uit het sociale netwerk moet ook pgb-vaardig zijn en de hulp moet van goede kwaliteit zijn. Beoordeling door de gemeente De gemeente beoordeelt of de inwoner – eventueel met hulp van anderen – pgb-vaardig is. De gemeente beoordeelt dit aan de hand van het keukentafelgesprek en gebruikt hiervoor ook het door de inwoner ingediende pgb-budgetplan. Iemand moet gedurende de hele looptijd van het pgb pgb-vaardig zijn. De gemeente kan ook tijdens de looptijd van het pgb beoordelen of iemand pgb-vaardig is. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld door een heronderzoek of bij een herindicatie. De kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn en het pgb moet worden gebruikt voor het doel waarvoor het verstrekt is. In artikel 2.3.6 lid 2 en lid 3 van de Wmo 2015 staat dat een maatwerkvoorziening in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; in redelijkheid geschikt moet zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. De gemeente verstrekt alleen een pgb als de gemeente van mening is dat de kwaliteit van de in te kopen hulp voldoende is en als het pgb wordt gebruikt voor het doel waarvoor het verstrekt is. Periodiek of steekproefsgewijs onderzoekt de gemeente uit het oogpunt van kwaliteit of het pgb juist is besteed. De gemeente kan hiervoor ook de toezichthouder inschakelen. De kwaliteit van de hulp wordt onder meer getoetst aan de hand van het toetsingskader dat door de GGD wordt gehanteerd. In hoofdstuk 11 van de Verordening sociaal domein gemeente Kampen is beschreven dat hulp op maat een goede kwaliteit moet hebben. Hierna is beschreven wat de gemeente bedoelt met een goede kwaliteit. In het beoordelingskader beschermd wonen is opgenomen hoe de gemeente beoordeelt of er sprake is van een goede kwaliteit van de hulp-op-maat. Hulpmiddelen en woningaanpassingen Om de kwaliteit van hulpmiddelen en woningaanpassingen te beoordelen, kijkt de gemeente onder meer naar de volgende factoren: De aanwezigheid van een programma van eisen dat voldoet aan de professionele standaard; Of de originele factuur aanwezig is; Of er een onderhoudscontract met een erkend bedrijf is afgesloten; Of er een keuringsrapport is of dat een keuring heeft plaatsgevonden; Of er een particuliere aansprakelijkheidsverzekering wordt afgesloten voor schade die voor het gebruik van de maatwerkvoorziening aan derden kan ontstaan. De leeftijd van het hulpmiddel is gerelateerd aan de afschrijvingstermijn van het hulpmiddel. Het hulpmiddel moet namelijk gedurende de afschrijvingstermijn van het middel mee kunnen gaan. De afschrijvingstermijnen van hulpmiddelen zijn opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van de gemeente Kampen; De aanwezigheid van een erkend keurmerk dat voldoet aan de professionele standaard dat gangbaar is voor dat product. Een voorbeeld hiervan is het nationaal keurmerk hulpmiddelen. Professionele dienstverlening / hulpverlening Professionele dienstverlening / hulpverlening is kwalitatief goed als is voldaan aan de volgende voorwaarden: Er is een KVK inschrijving met de juiste SSBI code aanwezig. Bijvoorbeeld 8810 (maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting), 88103 (ondersteuning en begeleiding van gehandicatpen) of 872 (verblijfszorg voor mensen met psychische aandoeningen en voor mensen met middelenverslaving. De zorgaanbieder heeft een AGB code of kan gebruik maken van de AGB code van de hoofdaannemer. Alle medewerkers hebben een relevante en voor de geboden hulp passende VOG die niet ouder is dan 3 maanden bij indiensttreding en die elke 5 jaar of bij een functiewijziging vernieuwd wordt. Deze moet digitaal beschikbaar zijn, een foto van de VOG is niet toereikend; Er is voldaan aan de in de sector geldende kwaliteitseisen, zoals een SKJ registratie of bijvoorbeeld een BIG-registratie; De medewerker die de ondersteuning uitvoert beschikt over de relevante opleidingseisen. Deze sluiten aan bij de eisen zoals beschreven in 8.8 van deze beleidsregels. De hulpverlener werkt doeltreffend (effectief): de zorgverlener is aantoonbaar gericht op het behalen van resultaten, werkt waar nodig samen met andere hulpverleners en derden, zo nodig, in overleg met de inwoner; De aanwezigheid van transparant en meetbaar beleid bij de organisatie die de hulp verstrekt. De organisatie / hulpverlener heeft een meldingsplicht bij calamiteiten en moet een calamiteit melden bij de toezichthouders van GGD IJsselland. De aanwezigheid van een adequaat zorgplan / hulpverleningsplan waarin staat hoe er aan de doelen wordt gewerkt; De organisatie / hulpverlener is bekend met een vertrouwenspersoon en werkt daar ook actief mee. Er zijn afspraken over vervanging bij ziekte of verlof van de hulpverlener, zodat de zorg niet wordt onderbroken. Er is naast bovenstaande eisen ook voldaan aan het landelijk model toetsingskader opgesteld door de VNG en GGD GHOR Nederland van april 2024. Informele hulp / informele dienstverlening In het geval van de beoordeling van dienstverlening door een informele hulp bekijkt de gemeente onder meer de volgende factoren: De informele hulp is een passende oplossing voor de hulpvraag. Professionele hulp is niet vereist voor de hulpvraag van de budgethouder. De hulpverlener heeft een relevante en voor de geboden hulp passende VOG die niet ouder is dan 3 maanden en die elke 5 jaar of bij hulp vanuit een andere rol vernieuwd wordt. Deze moet digitaal beschikbaar zijn, een foto van de VOG is niet toereikend; Er geen sprake is van overbelasting bij de hulpverlener. Er geen druk is uitgeoefend op de inwoner om de informele hulp in te schakelen. Er is afstemming tussen informele en formele hulp om dubbeling of conflicten te voorkomen. Er is een duidelijke omschrijving van wat van de informele hulpverlener verwacht wordt, inclusief tijdsbesteding en taken. Bij informele hulp toetst de gemeente of uit de zorgovereenkomst blijkt dat de hulp kwalitatief goed is. Daarbij wordt onder andere gekeken naar: De hoogte van het tarief ten opzichte van de aard van de hulp; De verhouding tussen het aantal uren en de zorgbehoefte; De mate van professionaliteit en ervaring van de informele hulpverlener. Beschermd wonen Om de kwaliteit van beschermd wonen te beoordelen, kijkt de gemeente naar de kwaliteitseisen die binnen de gemeente gelden met betrekking tot beschermd wonen. Hiervoor geldt het Beoordelingskader beschermd wonen Regio IJssel-Vecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel