Pas na de onderzoeksfase die begon bij de melding, kan de inwoner een aanvraag tot maatschappelijke ondersteuning indienen. Een aanvraag is dus niet hetzelfde als een melding. Een melding kan ook door iemand anders dan de inwoner worden gedaan, een aanvraag moet door de inwoner of door zijn gemachtigde worden gedaan. De inwoner kan iemand machtigen door een bewijs van de machtiging in te leveren die door de inwoner en de gemachtigde is ondertekend. Het ondertekenende gespreksverslag dienst als basis voor de aanvraag. De gemeente beslist binnen 2 weken op een ingediende aanvraag door een inwoner. De gemeente kan deze termijn verlengen in samenspraak met de inwoner of als de gemeente de termijn opschort. De gemeente kan in een beperkt aantal gevallen de termijn opschorten. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de gemeente nog wacht op een onafhankelijk advies dat is aangevraagd. Ook kan de termijn opgeschort en daardoor verlengd worden als de inwoner niet de benodigde gegevens heeft verstrekt aan de gemeente of niet meewerkt aan het gesprek.
Op het moment dat de inwoner een aanvraag heeft ingediend, zal de gemeente beoordelen of een inwoner in aanmerking komt voor maatschappelijke ondersteuning. De gemeente zal dan beoordelen hoeveel ondersteuning aan de inwoner kan worden geboden vanuit eigen kracht, gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen en hulp uit het sociale netwerk en hoeveel ondersteuning de inwoner dan nog nodig heeft van de gemeente om zijn beperkingen zoals bedoeld in de Wmo voldoende te verminderen of weg te nemen. Zie hierover ook hoofdstuk 3 van deze beleidsregels.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9
Aanvraag
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen