Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.6

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen

Om te beoordelen of een inwoner in aanmerking komt voor ondersteuning, zal de gemeente onderzoeken of de inwoner met behulp van gebruikelijke hulp zijn beperkingen zoals bedoeld in de Wmo, kan verminderen of oplossen. Gebruikelijke hulp is de hulp die, naar algemene aanvaarde opvattingen, in redelijkheid mag worden verwacht van mensen die in huis wonen bij de inwoner, die hulp nodig heeft. Het gaat dan om de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders en inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. In onze samenleving wordt het normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten daar waar nodig en mogelijk is, hun rol pakken in het huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid. Gebruikelijke hulp komt voort uit een sociale relatie, omdat het voeren van een gemeenschappelijk huishouden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich meebrengt. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat er zowel van volwassenen als van jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. Hierbij houdt de gemeente wel rekening met de ontwikkelingsfase van kinderen. Zo kunnen kinderen tot 5 jaar geen bijdrage aan het huishouden leveren, terwijl kinderen van 5 tot en met 12 jaar over het algemeen kleine huishoudelijke taken kunnen verrichten zoals tafeldekken, afwassen/afdrogen, een boodschap doen, hun eigen kamer op orde houden, kleding in de wasmand doen. Kinderen van 12 tot en met 17 jaar kunnen over het algemeen helpen bij lichte huishoudelijke werkzaamheden. Kinderen van 18 tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoons huishouden voeren. Vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overgenomen worden van een huisgenoot die zelf geen huishoudelijke taken kan uitvoeren. Bij het beoordelen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp die een inwoner zou moeten kunnen krijgen, kijkt de gemeente naar de individuele situatie van een inwoner. Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt er geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden van een huisgenoot, lange werkweken of veel reistijd. Over het algemeen kan alleen rekening gehouden worden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij internationale vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de off-shore of mariniers. Het gaat namelijk te ver deze mensen te dwingen een andere baan of functie te zoeken. De afwezigheid moet wel voldoen aan de volgende kenmerken:’ Het is inherent aan het werk; Het heeft een verplichtend karakter; Het gaat om een aaneengesloten periode van tenminste 7 etmalen. Bij het bepalen van de hoeveelheid gebruikelijke hulp wordt ook geen rekening gehouden met traditionele rolpatronen waarbij bijvoorbeeld de man niets in het huishouden doet en alles voor rekening van de partner komt. 3.6.1 Uitzonderingen Gebruikelijke hulp speelt geen rol bij huisgenoten die niet tot de leefeenheid van de inwoner met beperkingen behoren. Zo verwacht de gemeente geen gebruikelijke hulp van iemand die een kamer huurt bij een inwoner met beperkingen. Gebruikelijke hulp wordt ook niet zonder meer verwacht van huisgenoten die zelf ook beperkingen zoals bedoeld in de Wmo hebben en hierdoor de hulp niet kunnen bieden. Wanneer in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren kan, indien nodig, ondersteuning voor huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke hulp zou worden gerekend. 3.6.2 Nadere informatie Zie voor nadere informatie over gebruikelijke hulp ook bijlage 1, ‘Afwegingskader gebruikelijke hulp’. Aan de hand van deze bijlage beoordeelt de gemeente of en in hoeverre er sprake is van gebruikelijke hulp in de situatie van de inwoner.

Rechtspraak bij dit artikel