De gemeente kan de inwoner ondersteuning (een vervoersvoorziening) in de vorm van een scootmobiel verstrekken als dit de goedkoopst compenserende oplossing is voor de beperkingen van de inwoner en als er een stalling aanwezig is of kan worden gemaakt. Een scootmobiel kan worden geïndiceerd als een inwoner een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving heeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een inwoner met een scootmobiel zelf kan winkelen, familie kan bezoeken en andere vormen van vrijetijdsbesteding heeft. Om te bepalen of een scootmobiel passend is voor een inwoner kunnen een aantal rijvaardigheidslessen worden geïndiceerd. Hierna kan eventueel nog eerstelijnszorg worden ingezet om rijvaardigheid aan te leren. Als na een aantal lessen en eventuele eerstelijnszorg de rijvaardigheid onvoldoende is om de scootmobiel te bedienen of ermee in het verkeer te begeven, dan maakt de gemeente de afweging of een scootmobiel wel een verantwoorde passende voorziening is voor de inwoner.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Scootmobiel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen