Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Rolstoelvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen

De gemeente kan een inwoner een (aanpassing op een) rolstoel verstrekken als de inwoner zich niet goed kan verplaatsen in en om zijn woning en daardoor beperkingen heeft bij: De algemene dagelijkse levensverrichtingen (zie hierover ook hoofdstuk 3); of Het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. De gemeente verstrekt een inwoner een (aanpassing aan een) rolstoel als de rolstoel bedoeld is voor dagelijks zittend gebruik en de inwoner zich daarmee in en om zijn woning kan verplaatsen. Dat betekent dat het vooral gaat om verplaatsingen die direct vanuit de woning van de inwoner worden gedaan. Het gaat om inwoners die een rolstoel nodig hebben omdat ze geen of onvoldoende loopcapaciteit hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de situatie dat iemand niet in staat is om korte afstanden zelfstandig – al dan niet met een loophulpmiddel – af te leggen. Het hoeft niet zo te zijn dat de inwoner de gehele dag is aangewezen op zittend verplaatsen. Als de inwoner bijvoorbeeld wel een bepaalde afstand lopend (bijvoorbeeld 100 meter) kan afleggen, maar daarna is aangewezen op zittend verplaatsen, dan kan een rolstoelvoorziening nodig zijn. Het moet dan wel duidelijk zijn dat andere loophulpmiddelen (zoals een loopwagen of trippelstoel) geen oplossing bieden voor het verplaatsingsprobleem. Deze loophulpmiddelen kunnen op grond van de Zorgverzekeringswet worden verstrekt. 6.1.1 Kortdurende noodzakelijkheid In principe komen alleen inwoners die door de aard van hun beperking of probleem langdurig op een rolstoel zijn aangewezen hiervoor in aanmerking op grond van de Wmo. Als een inwoner maximaal 6 maanden een rolstoel nodig heeft, dan kan deze verstrekt worden op grond van de Zorgverzekeringswet. 6.1.2 (Medisch) onderzoek De gemeente kan door een (medisch) onderzoek bepalen of er een rolstoel nodig is. De gemeente onderzoekt welke soort rolstoel het beste past bij de inwoner. Bij het selecteren van een soort rolstoel wordt ook gekeken hoe de rolstoel wordt bewogen. Bij het selecteren van een duwrolstoel bijvoorbeeld kijkt de gemeente of de begeleider over voldoende kracht en uithoudingsvermogen beschikt om de inwoner in een rolstoel voort te duwen. 6.1.3 Onderhoud en keuring De gemeente zorgt ervoor dat de rolstoel van een inwoner periodiek wordt gekeurd en wordt onderhouden. 6.1.4 Geen bijdrage in de kosten De gemeente vraagt geen bijdrage in de kosten aan de inwoner voor de verstrekking van een (sport)rolstoel.

Rechtspraak bij dit artikel